DE GESCHIEDENIS. 

In 1957 richtte Dhr P. Muis de Andre de Thaye groep op. Een katholieke verkenners groep voor jongens uit de St. Willibrord en Nikolaas parochie te Arnhem.

De groep begon op een zolder in park Angerenstein in Arnhem. In september van dat jaar werden de eerste verkenners geïnstalleerd compleet met hoed, stok, korte broek en de bruin/gele das. Sindsdien is de groep steeds verder uitgegroeid. Er kwam een welpenhorde en in 1965 werden de eerste Rowans geïnstalleerd

In 1977 fuseerden we met de Anne Frank groep. Vanaf dat moment is de nieuwe Scouting Andre de Thaye groep een groep voor jongens en meisjes met een open signatuur.

Na enkele omzwervingen over Plattenburg en Presikhaaf konden we in 1980 onze eigen blokhut aan de Viniusweg openen. Begin 1984 startten we met de Bevers, de nieuwste en jongste tak binnen Scouting.

In september 1992 hebben wij weer een gedaante verandering ondergaan. De Welpen en Kabouters gingen samen en gingen verder als Esta's. De Gidsen en Verkenners werden samengevoegd onder de naam Scouts. De Rowans en Sherpa's, die reeds samen draaiden, heten vanaf die tijd de Explorers. Momenteel kunnen we een compleet Scouting spel bieden voor jongens en meisjes van 5 - 17 jaar.


Wie was Andre de Thaye?


Al sinds de oprichting draagt onze groep de naam van een Belgische jongen:

 

         Andre de Thaye

 

Een naam die we vaak gebruiken, maar weet je wie Andre was?

Andre de Thaye werd geboren in Jumet Gohyssart, dicht bij Charleroi in België op 17 maart 1912. Andre was een vrolijke, guitige baby, die al vroeg op zijn kleine beentjes kon staan en zich op stoelen hees om er vooral bij te horen. Toen Andre nog maar nauwelijks vijf jaar was, wilde hij al naar school. Zijn broer had net de zusterschool verlaten om naar de Broeders Maristen van Gohyssart te gaan. Tevergeefs vroeg Andre aan zijn broer om met hem naar school te mogen. Op een goeie dag stapte onze peuter, zonder iemand te waarschuwen, naar de Broederschool. De directeur was niet bestand tegen het naïeve verzoek van Andre om op school te komen. Daar hoefde hij ook geen spijt van te hebben, want Andre was een ijverige leerling. Rekenen vond hij het leukst van alles. Als zijn moeder hem vroeg wat voor huiswerk hij ging maken, antwoordde hij: "Een heleboel rekentafels".

Andre hoefde zelden de school te verzuimen, want hij had een goede gezondheid en was bijna nooit ziek. In oktober 1919 verhuisde de familie naar de Rue de Charleroi in Dampremy. Andre verliet de school van Gohyssart en ging naar het St. Jozef-Instituut. Met zijn studie ging het goed en ook deed hij graag mee met spelletjes zoals ballen, tollen en knikkeren. Ook later toen hij naar het gymnasium ging.

In oktober 1922 verliet Andre het ouderlijk huis om met zijn Latijnse studie te beginnen aan het college. In het begin was het wel even wennen, maar al gauw had hij vele vrienden om zich heen. Vol ijver legde hij zich toe op zijn studie, maar ook het spel bleef een grote hartstocht van hem. Er werden heel wat spelletjes voetbal en overlopertje gespeeld. Dan liet hij een andere kant van zijn aard zien: een vlugge blik, daadvaardigheid en volharding. Zo behendig als hij was op de speelplaats, zo handig was hij ook op de werkbank, die hij zelf had gemaakt. Met hamers, boor, schroevendraaiers, soldeerbout en tangen die hij allemaal van zijn zakgeld had gekocht. Hij had een en ander niet van een vreemde: zijn vader was ingenieur.

Als er een leefregel was die meewerkte aan de vorming van Andre's karakter, dan was het zeker de padvindersregel. Hij leefde deze regel na tijdens de laatste drie levensjaren. Hij hield van het devies: "Sta klaar". Het ogenblik waarop hij zijn padvindersbelofte uitsprak, was een van de mooiste momenten van zijn leven.

Op het college voelde Andre zich gelukkig. Inmiddels was hij begonnen aan zijn vierde studiejaar. In datzelfde jaar kreeg hij de eerste aanvallen van de wrede ziekte, die hem uit het leven zou wegrukken. Hij kreeg hevige pijnen in zijn linker been, maar artsen konden niets vinden. Een band om zijn knie verraadde dat er iets niet in orde was met hem.. Als zijn vrienden vroegen wat er aan de hand was, dan was het antwoord: "Oh, niks, een spier verrekt, denk ik". Op een kwade dag kwam Andre hinkend naar het college. Maar na het eerste uur vroeg hij of hij naar huis mocht, want de pijn had hem plotseling overmand. Thuis kreeg Andre hoge koorts en werd de pijn steeds heviger. Hij werd overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij onmiddellijk werd geopereerd. Een dag na de operatie ging het een stuk beter met Andre. De koorts was afgenomen en de pijn een stuk minder. De hele familie, die zo innig met Andre meeleefde, was dolblij. Enkele dagen na de operatie verergerde de pijn weer en liep de koorts weer op tot boven de 40 graden. Tegen een vriend zei Andre: "Ik weet dat ik weldra zal sterven. Ik ben zelf niet bang voor de dood, maar ik denk aan het verdriet dat mijn ouders zullen hebben."

Op donderdagmorgen 18 oktober begon de koorts te dalen. Maar dat was het begin van zijn einde. Zijn pols was zo zwak, dat men nauwelijks het kloppen ervan kon voelen. Nog enkele uren, en Andre had, na een moedig gedragen lijden, opgehouden te leven.

Hij stierf op 20 oktober 1926 in zijn vijftiende levensjaar.

Staf/Bestuur Login

             
012091